Managementboek.nl, 11 september 2007
Guerrillamarketing als politiek wapen
Wie als politicus roept dat de Koran voor de helft verscheurd, danwel in zijn geheel verboden moet worden, haalt eerder de voorpagina dan een bewindspersoon die met een uitgekookt plan tegen radicalisering komt.
Door Steven de Jong
Het gaat niet om de oplossing, maar om de aandacht voor de boodschapper. Inderdaad, ook in de politiek is guerrillamarketing alom aanwezig.
Deze tactiek wordt vooral bedreven door oppositionele, kleine partijen; zij kunnen gevestigde partijen – die meer nuance moeten bedrijven – uit de schijnwerpers drukken door hard uit te halen zonder een oplossing aan te dragen. Geert Wilders is bij uitstek een guerrillapoliticus die zijn underdogpositie, hij tegen het establishment, briljant uitvent.
Volgens oud-politicus en politiek adviseur Hans Hillen past de tactiek in deze tijd. “Interesse in het bieden van oplossingen telt niet meer. Inhoud is ver te zoeken. Het gaat slechts om wat iemand roept. Dat prikkelt, en helpt in de peilingen”, zei Hillen tegen dagblad Spits (8 augustus 2007). Ofwel, het gaat om de macht van het woord van een enkeling versus de onmacht van de gevestigde orde om daar een pasklaar antwoord op te geven. Wie iets extreems durft te roepen, met als doel een grote groep mensen tegen zich in het harnas te jagen, krijgt gegarandeerd aandacht: de quote gaat dan zijn eigen leven leiden, iedereen heeft het erover.
Een slinksere, en uiterst idiote vorm van guerrillapolitiek bedreef oud-LPF-voorzitter Sergej Moleveld. Vlak na de moord op Theo van Gogh, de periode dat de pers massaal aandacht besteedde aan bedreigde politici, faxte hij namens een verzonnen moslimgroepering een dreigbrief aan zichzelf en prominent LPF’er Mat Herben, waar hij vervolgens – ook zelf – aangifte van deed bij de politie. Het opzetje mislukte omdat de politie erachter kwam dat Moleveld zelf de afzender was.
Hoe guerrillamarketing wél op deugdelijke wijze politiek ingezet kan worden, bewees de Socialistische Partij. In de laatste verkiezingen hanteerde de partij het als zeer effectief campagne-instrument. De zogenaamde virale campagne (viral marketing) bestond uit een filmpje dat bezoekers konden personaliseren op naam van hun vrienden, familie of kennissen. Het filmpje gaat over Jan Marijnissen die op weg is naar de kiezer. De naam van de kiezer – die de bezoeker moet opgeven – kliedert Marijnissen op een billboard en verschijnt op het display van zijn mobiele telefoon. Wie een telefoonnummer opgeeft, ontvangt ook echt een SMS-je van Jan Marijnissen.
De guerrillamarketing van de SP geldt in zijn soort als de meest succesvolle campagne van Nederland. Door de sociale netwerken van kiezers aan te spreken (‘Hou Jan niet voor jezelf, stuur hem ook naar je vrienden’) verspreidde de boodschap zich als een epidemie door Nederland. Aangestoken door het succes van de SP, hebben ook beleidsmakers hun zinnen gezet op virale, guerrillamarketing. Het ministerie van VROM verpakte haar boodschap ‘Goed ventileren is 24 uur per dag ventileren’ in het promotionele internetfilmpje ‘The Ventilators’, uiteraard ook met doorstuurmogelijkheid. Een voorbeeld voor hoe het ook kan: guerrillamarketing waar niet de boodschapper, maar de boodschap centraal staat.
Link: 'Guerrillamarketing (deel 3: politiek wapen)'
Guerrillamarketing als politiek wapen
Wie als politicus roept dat de Koran voor de helft verscheurd, danwel in zijn geheel verboden moet worden, haalt eerder de voorpagina dan een bewindspersoon die met een uitgekookt plan tegen radicalisering komt.
Door Steven de Jong
Het gaat niet om de oplossing, maar om de aandacht voor de boodschapper. Inderdaad, ook in de politiek is guerrillamarketing alom aanwezig.
Deze tactiek wordt vooral bedreven door oppositionele, kleine partijen; zij kunnen gevestigde partijen – die meer nuance moeten bedrijven – uit de schijnwerpers drukken door hard uit te halen zonder een oplossing aan te dragen. Geert Wilders is bij uitstek een guerrillapoliticus die zijn underdogpositie, hij tegen het establishment, briljant uitvent.
Volgens oud-politicus en politiek adviseur Hans Hillen past de tactiek in deze tijd. “Interesse in het bieden van oplossingen telt niet meer. Inhoud is ver te zoeken. Het gaat slechts om wat iemand roept. Dat prikkelt, en helpt in de peilingen”, zei Hillen tegen dagblad Spits (8 augustus 2007). Ofwel, het gaat om de macht van het woord van een enkeling versus de onmacht van de gevestigde orde om daar een pasklaar antwoord op te geven. Wie iets extreems durft te roepen, met als doel een grote groep mensen tegen zich in het harnas te jagen, krijgt gegarandeerd aandacht: de quote gaat dan zijn eigen leven leiden, iedereen heeft het erover.
Een slinksere, en uiterst idiote vorm van guerrillapolitiek bedreef oud-LPF-voorzitter Sergej Moleveld. Vlak na de moord op Theo van Gogh, de periode dat de pers massaal aandacht besteedde aan bedreigde politici, faxte hij namens een verzonnen moslimgroepering een dreigbrief aan zichzelf en prominent LPF’er Mat Herben, waar hij vervolgens – ook zelf – aangifte van deed bij de politie. Het opzetje mislukte omdat de politie erachter kwam dat Moleveld zelf de afzender was.
Hoe guerrillamarketing wél op deugdelijke wijze politiek ingezet kan worden, bewees de Socialistische Partij. In de laatste verkiezingen hanteerde de partij het als zeer effectief campagne-instrument. De zogenaamde virale campagne (viral marketing) bestond uit een filmpje dat bezoekers konden personaliseren op naam van hun vrienden, familie of kennissen. Het filmpje gaat over Jan Marijnissen die op weg is naar de kiezer. De naam van de kiezer – die de bezoeker moet opgeven – kliedert Marijnissen op een billboard en verschijnt op het display van zijn mobiele telefoon. Wie een telefoonnummer opgeeft, ontvangt ook echt een SMS-je van Jan Marijnissen.
De guerrillamarketing van de SP geldt in zijn soort als de meest succesvolle campagne van Nederland. Door de sociale netwerken van kiezers aan te spreken (‘Hou Jan niet voor jezelf, stuur hem ook naar je vrienden’) verspreidde de boodschap zich als een epidemie door Nederland. Aangestoken door het succes van de SP, hebben ook beleidsmakers hun zinnen gezet op virale, guerrillamarketing. Het ministerie van VROM verpakte haar boodschap ‘Goed ventileren is 24 uur per dag ventileren’ in het promotionele internetfilmpje ‘The Ventilators’, uiteraard ook met doorstuurmogelijkheid. Een voorbeeld voor hoe het ook kan: guerrillamarketing waar niet de boodschapper, maar de boodschap centraal staat.
Link: 'Guerrillamarketing (deel 3: politiek wapen)'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten