Regelzucht.nl, 28 mei 2007
Het pragmatiseren van principes
In zijn column ‘Radicalisering’ (Regelzucht.nl, 27 mei ‘07) bespot Martin Swinkels de wijze waarop bewindslieden radicalisme proberen te begrijpen met statistisch onderzoek naar verbanden en patronen.
Door Steven de Jong
Informeel praten, samen denken en samen conclusies trekken prefereert hij boven het bestuderen van grafieken en tabellen.
Toch valt er wat te zeggen voor een meer doordachte aanpak, waarin we radicalen niet zozeer bestrijden maar gebruiken voor een veranderingsproces naar een nieuwe doch vreedzame samenleving.
Radicalisme is volgens de Van Dale de neiging om principes tot het uiterste door te voeren. In de westerse wereld is men geneigd principes te pragmatiseren; af te zwakken, te omkleden met mitsen en maren opdat principes geen struikelblokken vormen in het intermenselijk verkeer met diegenen die er andere principes op nahouden.
Dat pragmatisme verwachten velen ook van moslims: hoofddoekje prima, maar niet als griffier, niet als onderwijzer, alleen thuis. Wie volhardt in het principe van bijvoorbeeld ‘geen handen schudden’, trapt de ander op zijn tenen omdat ‘geen handen schudden’ in zijn of haar ogen staat voor schoffering. En andersom voelt een orthodoxe moslimvrouw zich geïntimideerd door een uitgestoken hand of goedbedoelde blik in de ogen.
In de biologie leren we dat organismen niet zonder radicalen kunnen, sterker nog: zonder deze, op het eerste gezicht, schadelijke moleculen sterven zij, en is er geen leven mogelijk. Radicalen zijn hier verantwoordelijk voor signaaloverdracht. Metaforisch kunnen we stellen dat zij in de samenleving de voedingsbodem zijn voor de totstandkoming, conservering en uitwisseling van ideeën.
Cellen van organismen hebben daarom mechanismen ontwikkeld om radicalen te gebruiken en tegelijkertijd de schadelijke invloed van radicalen (beschadiging van DNA) te minimaliseren, te neutraliseren. Dit werk wordt gedaan door antioxidanten. Nutriënten, bijvoorbeeld vitaminen, die zich opofferen ten behoeve van celbescherming door te reageren met radicalen.
Radicalen spelen scheikundig gezien een belangrijke rol in processen; als kortstondig tussenproduct in reacties, die uiteindelijk leiden naar een constante, een evenwichtstoestand. Daarvoor is echter wel zuurstof nodig, wat van zichzelf ook een radicaal is. In deze context is buitenlucht het geheel van beleefdheidsregels en omgangsvormen in de dominante cultuur (etiquette). Kortom, in de open lucht van de publieke ruimte kunnen radicalen zorgen voor grote, op het eerste gezicht onaangename veranderingen, maar maken ze na die verandering geen deel meer uit van het eindproduct.
En zie daar, de vergelijking met de zelfmoordterrorist (radicaal). De aanslagen van de afgelopen jaren zijn vreselijk, en zorgden voor veel hitte. Maar die hitte is volgens scheikundige wetten van korte duur, en zoals het er nu naar uitziet leren we steeds meer van elkaars cultuur, en nemen we op den duur zelfs gebruiken over of passen we die op elkaar aan. Er komt een moment dat we couscous met boerenkool kunnen mengen, en het nog lekker smaakt ook.
Radicalisme als tussenstation op de weg naar globalisering, zo kun je het dus ook zien. Het lijkt me dus de kunst de zuurstoftoevoer maatschappelijk verantwoord te regelen. Dus niet zeggen ‘Als je hier wilt blijven, moet je de helft uit de Koran scheuren’ (Wilders) of ‘Met een hoofddoek teken je een contract voor terugkeer’ (De Winter). Beter is, bijvoorbeeld, om bij het binnentreden van een Moskee als westerse vrouw gewoon een hoofddoek om te doen. De hoofddoek van een westerse vrouw fungeert dan als antioxidant, als buffer tegen onaangename conflicten.
Dat laatste is interessant. Want waarom werd Verdonks hand geweigerd in de Moskee? Misschien wel omdat zij zelf naliet een hoofddoek om te doen. Tussen de ene radicaal (de imam) en de andere (Verdonk) was gewoon teveel zuurstof en geen buffer. Een onderzoek naar radicalisme is prima, maar dan wel één naar een verantwoorde luchttoevoer en bruikbare buffers in de publieke ruimte.
Wat dat betreft kunnen we veel leren van scheikundigen. Zij mengen hun vloeistoffen volgens een bepaalde methode; zoveel luchttoevoer, zoveel druppels per minuut – en indien nodig wat reactieremmers. Zij mengen met beleid.
Het pragmatiseren van principes
In zijn column ‘Radicalisering’ (Regelzucht.nl, 27 mei ‘07) bespot Martin Swinkels de wijze waarop bewindslieden radicalisme proberen te begrijpen met statistisch onderzoek naar verbanden en patronen.
Door Steven de Jong
Informeel praten, samen denken en samen conclusies trekken prefereert hij boven het bestuderen van grafieken en tabellen.
Toch valt er wat te zeggen voor een meer doordachte aanpak, waarin we radicalen niet zozeer bestrijden maar gebruiken voor een veranderingsproces naar een nieuwe doch vreedzame samenleving.
Radicalisme is volgens de Van Dale de neiging om principes tot het uiterste door te voeren. In de westerse wereld is men geneigd principes te pragmatiseren; af te zwakken, te omkleden met mitsen en maren opdat principes geen struikelblokken vormen in het intermenselijk verkeer met diegenen die er andere principes op nahouden.
Dat pragmatisme verwachten velen ook van moslims: hoofddoekje prima, maar niet als griffier, niet als onderwijzer, alleen thuis. Wie volhardt in het principe van bijvoorbeeld ‘geen handen schudden’, trapt de ander op zijn tenen omdat ‘geen handen schudden’ in zijn of haar ogen staat voor schoffering. En andersom voelt een orthodoxe moslimvrouw zich geïntimideerd door een uitgestoken hand of goedbedoelde blik in de ogen.
In de biologie leren we dat organismen niet zonder radicalen kunnen, sterker nog: zonder deze, op het eerste gezicht, schadelijke moleculen sterven zij, en is er geen leven mogelijk. Radicalen zijn hier verantwoordelijk voor signaaloverdracht. Metaforisch kunnen we stellen dat zij in de samenleving de voedingsbodem zijn voor de totstandkoming, conservering en uitwisseling van ideeën.
Cellen van organismen hebben daarom mechanismen ontwikkeld om radicalen te gebruiken en tegelijkertijd de schadelijke invloed van radicalen (beschadiging van DNA) te minimaliseren, te neutraliseren. Dit werk wordt gedaan door antioxidanten. Nutriënten, bijvoorbeeld vitaminen, die zich opofferen ten behoeve van celbescherming door te reageren met radicalen.
Radicalen spelen scheikundig gezien een belangrijke rol in processen; als kortstondig tussenproduct in reacties, die uiteindelijk leiden naar een constante, een evenwichtstoestand. Daarvoor is echter wel zuurstof nodig, wat van zichzelf ook een radicaal is. In deze context is buitenlucht het geheel van beleefdheidsregels en omgangsvormen in de dominante cultuur (etiquette). Kortom, in de open lucht van de publieke ruimte kunnen radicalen zorgen voor grote, op het eerste gezicht onaangename veranderingen, maar maken ze na die verandering geen deel meer uit van het eindproduct.
En zie daar, de vergelijking met de zelfmoordterrorist (radicaal). De aanslagen van de afgelopen jaren zijn vreselijk, en zorgden voor veel hitte. Maar die hitte is volgens scheikundige wetten van korte duur, en zoals het er nu naar uitziet leren we steeds meer van elkaars cultuur, en nemen we op den duur zelfs gebruiken over of passen we die op elkaar aan. Er komt een moment dat we couscous met boerenkool kunnen mengen, en het nog lekker smaakt ook.
Radicalisme als tussenstation op de weg naar globalisering, zo kun je het dus ook zien. Het lijkt me dus de kunst de zuurstoftoevoer maatschappelijk verantwoord te regelen. Dus niet zeggen ‘Als je hier wilt blijven, moet je de helft uit de Koran scheuren’ (Wilders) of ‘Met een hoofddoek teken je een contract voor terugkeer’ (De Winter). Beter is, bijvoorbeeld, om bij het binnentreden van een Moskee als westerse vrouw gewoon een hoofddoek om te doen. De hoofddoek van een westerse vrouw fungeert dan als antioxidant, als buffer tegen onaangename conflicten.
Dat laatste is interessant. Want waarom werd Verdonks hand geweigerd in de Moskee? Misschien wel omdat zij zelf naliet een hoofddoek om te doen. Tussen de ene radicaal (de imam) en de andere (Verdonk) was gewoon teveel zuurstof en geen buffer. Een onderzoek naar radicalisme is prima, maar dan wel één naar een verantwoorde luchttoevoer en bruikbare buffers in de publieke ruimte.
Wat dat betreft kunnen we veel leren van scheikundigen. Zij mengen hun vloeistoffen volgens een bepaalde methode; zoveel luchttoevoer, zoveel druppels per minuut – en indien nodig wat reactieremmers. Zij mengen met beleid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten